Opinie: Waar is het warme Vlaanderen gebleven?
- Gepubliceerd op 23/09/2026 10:31
De Vlaamse Regering buigt zich momenteel over de “moeilijkste begrotingsoefening ooit”: een besparing van 1,7 à 2 miljard euro op een totaalbudget van 67 miljard. Dat is geen kleine correctie, maar een ingreep die voelbaar zal zijn in het dagelijkse leven van vele Vlamingen. De politiek geeft daarbij al aan dat elk departement in beeld komt, dus ook zorg en welzijn. Wij, zorgaanbieders uit de social profit, willen daar nu al voor waarschuwen. Niet uit zelfbescherming, maar vanuit maatschappelijk belang. De rekening komt namelijk terecht bij de burger. Bij ú, als u ooit zorg nodig hebt. Bij uw ouders, uw kind, uw buurman.
Bij haar aantreden koos deze Vlaamse regering nochtans nadrukkelijk voor een andere toon. Het regeerakkoord kreeg de titel 'Samen werken aan een warm en welvarend Vlaanderen'. Een Vlaanderen waarin iedereen de kans krijgt om te groeien en zijn of haar dromen waar te maken. De regering noemde dat zelf geen slogan, maar een belofte. Vandaag dreigt de praktijk daar almaar verder van af te staan.
Wij vertegenwoordigen duizenden sociale ondernemingen die elke dag zorg en ondersteuning bieden. Organisaties die maatschappelijk geëngageerd zijn, kwaliteit willen leveren en er willen zijn voor iedereen die hen nodig heeft. Maar de druk neemt jaar na jaar toe. We staan allang niet meer “fris” aan de start van een nieuwe besparingsronde.
Opeenvolgende kaasschaafrondes, werkingsmiddelen die al jaren niet of slechts gedeeltelijk werden geïndexeerd en een drastisch gedaalde betoelaging voor zorginfrastructuur zetten de financiële leefbaarheid onder druk. Daarbovenop komen nieuwe maatregelen en fiscale plannen die de financiële draagkracht verder aantasten. Tegelijk wordt van zorg- en welzijnsorganisaties almaar meer verwacht. Strengere normen voor infrastructuur, kwaliteit, zorgprocessen en personeel zijn op zich uiteraard verdedigbaar. Maar verwachtingen verhogen terwijl de middelen afnemen, is geen houdbaar beleid.
Op een bepaald moment blijven er voor een zorg- en welzijnsorganisatie nog maar twee knoppen om aan te draaien over: minder kwaliteit of minder aanbod. Dat is geen theoretische discussie. Als er onvoldoende personeel is, komt kwaliteit onder druk. Zonder financiële ruimte worden noodzakelijke investeringen uitgesteld. En wie is de dupe wanneer het aanbod wordt afgebouwd? Niet abstracte “voorzieningen”, maar mensen. Ouderen die langer moeten wachten op zorg. Personen met een beperking die op de wachtlijst blijven staan. Chronisch zieken die minder thuiszorg krijgen. Jonge gezinnen die geen plek vinden in de kinderopvang. Jongeren met psychische problemen die niet tijdig geholpen worden. Zij zullen de besparingen voelen — niet over vijf jaar, maar nu al. Waar is dat warme Vlaanderen dan naartoe, waarin “niemand wordt achtergelaten”?
En dan hebben we het nog niet over onze medewerkers. Zij maken dag in, dag uit het verschil. Minder aanbod betekent voor hen een hogere werkdruk en zwaardere zorg, met een groeiend gevoel van onmacht: wie helpen we wél, wie laten we wachten? Dat in een sector waar het ziekteverzuim vandaag al meer dan 10 procent bedraagt. Iedereen die in de zorg werkt, verdient beter dan dat.
Het wordt tijd dat de Vlaamse overheid stopt met de social profit uitsluitend als een gesubsidieerde kostenpost te labelen. De sector is evengoed als andere sectoren een volwaardig onderdeel van het “economisch weefsel” van Vlaanderen. Het gaat om honderdduizenden werknemers, duizenden ondernemingen en organisaties, investeringen, infrastructuur en economische activiteit. En vooral: om een sector die ervoor zorgt dat mensen kunnen blijven deelnemen aan de samenleving en dat gezinnen, werknemers en andere sectoren niet uitvallen.
Zorg en welzijn zijn dus geen kosten die we zomaar kunnen wegstrepen. Ze zijn een maatschappelijke én economische investering. Wanneer ondersteuning wegvalt, verdwijnen problemen niet: ze verschuiven naar mantelzorgers, gezinnen, lokale besturen, OCMW’s of andere overheden. Besparen op welzijn kan daardoor een besparing op papier zijn, maar geen besparing voor de samenleving.
Ook het woord “efficiëntie” verdient een eerlijker gebruik. Al sinds de jaren 1980 wordt die term uit de kast gehaald telkens er bespaard moet worden. Veertig jaar efficiëntie-oefeningen verder is de sector allesbehalve inefficiënt geworden — wél uitgehold. Wie vandaag echt wil investeren in efficiëntere zorg, doet dat niet door er middelen uit te halen, maar door gericht te investeren: in preventie, personeel en infrastructuur die op termijn elders besparingen oplevert.
En als de regering echt meer efficiëntie wil, laat haar dan ook kijken naar deregulering. Sociale ondernemers hebben niet alleen nood aan voldoende middelen, maar ook aan ruimte om die verstandig in te zetten. Minder administratieve lasten, minder overlappende regels en meer vertrouwen in professionals en organisaties creëren ruimte voor wat écht telt: mensen helpen.
De komende begroting is dus meer dan een financiële oefening. Ze is een keuze over het Vlaanderen dat we willen. Een Vlaanderen waarin mensen die zorg nodig hebben erop kunnen rekenen dat die zorg er is. Waarin medewerkers hun werk kwaliteitsvol kunnen doen. Waarin sociale ondernemingen sterk genoeg staan om hun maatschappelijke opdracht op te nemen. Kortom: het warme Vlaanderen dat deze regering zelf heeft beloofd. Nu is het moment om die belofte waar te maken.
Marleen Roesbeke, algemeen directeur SOM
Hendrik Delaruelle, algemeen directeur Vlaams Welzijnsverbond
Karel De Groeve, coördinator Zorggezind
Margot Cloet, gedelegeerd bestuurder Zorgnet-Icuro