“Duurzaamheid moet door de hele organisatie insijpelen, net als een watervlek”

  • Gepubliceerd op 03/06/2026 09:11

Duurzaamheid mag in de welzijnssector geen losstaand project zijn dat er ‘bovenop’ komt. Het moet verweven zitten in de kern van het organisatiebeleid en gekoppeld worden aan kwaliteit. Dat is de overtuiging van Bruno Vanbeselaere (algemeen directeur) en Jan Langedock (preventieadviseur) van De Vleugels. Vijf jaar na hun eerste stappen met de Economy for the Common Good (ECG) maken ze de balans op en kijken ze vooruit. “Het besef van duurzaamheid moeten we dagelijks blijven inmasseren.”

Duurzaamheid en kwaliteit: één verhaal

Toen De Vleugels in 2021 startte met vijf à zes thematische werkgroepen op basis van de Common Good-matrix, was het doel duidelijk: duurzaamheid structureel verankeren. Vandaag is die visie vertaald naar een concreet Klimaatvisieplan. “Klimaat en ecologie worden steeds belangrijker”, steekt algemeen directeur Bruno Vanbeselaere van wal. “Maar je mag het niet isoleren. Duurzaamheid en kwaliteit moet je onlosmakelijk aan elkaar koppelen. Het gaat over hoe je als organisatie naar de toekomst kijkt, in verbinding met je bewoners, medewerkers en de maatschappij.”

Preventieadviseur Jan Langedock knikt. “Duurzaamheid neemt intussen een aanzienlijke brok in beslag van onze dagelijkse werking. We hebben het actieplan opgedeeld in zes overzichtelijke thema’s: Energie, Voeding & Afval, Mobiliteit, Biodiversiteit, Water en Aankoop. Die structuur helpt om heel gericht actie te ondernemen, van de vergroening van ons wagenpark tot restafvalmetingen in de leefgroepen.”

High-tech subsidies versus low-tech pampers

Die brede aanpak vertaalt zich in een boeiende dynamiek tussen high-tech en low-tech oplossingen. Aan de ene kant zet De Vleugels fors in op innovatieve technologie. “Bij het realiseren van nieuwe infrastructuur komt heel wat kijken”, legt Jan Langedock uit. “We krijgen hiervoor VIPA-subsidies, maar de eisen rond daglichttoelating, ventilatie-audits en warmtepompen worden steeds strenger. Dat vraagt om hoogtechnologische toepassingen.”

Aan de andere kant ligt de kracht van verandering volgens Langedock net in de kleine, alledaagse dingen. “De quick wins mogen we absoluut niet laten liggen. Duurzaamheid is ook: pampers reduceren, kritisch nadenken over papierverbruik en het waterverbruik naar beneden halen. We zeggen hier weleens: ieder bad dat we kunnen uitsparen, is gewonnen water. Dat is pure low-tech, maar de impact op de ecologische voetafdruk is enorm.”

Humor en ludieke acties

Om die cultuuromslag te realiseren, trekt De Vleugels volop de kaart van de bewustwording, mét de nodige dosis humor. Jan Langedock: “We maken het tastbaar. We tonen bijvoorbeeld de cijfers van het water- en energieverbruik rechtstreeks in de leefgroepen. Niet om te vingerwijzen, wel om appels met appels te vergelijken en mensen te triggeren.” Bruno Vanbeselaere vult aan: “Het humoristische en ludieke is in onze organisatie van groot belang om draagvlak te creëren.”

Toch verloopt de transitie niet zonder slag of stoot. Verandering roept soms weerstand op. Vanbeselaere: “Het automatisme van het dagelijkse bad herbekijken en durven afvragen of het écht elke dag nodig is, wordt door sommigen weleens als een bedreiging ervaren. Het vraagt tijd om dat erin te masseren. Ook op bouwkundig vlak botsen we op grenzen. We willen maximaal circulair bouwen en materialen hergebruiken, zoals het houten plafond in onze grote zaal. Maar onze raampartijen die we 5 jaar geleden volledig hadden vernieuwd (inclusief kaders, glas en zonwering) konden we uiteindelijk niet recupereren. Het is een continu leerproces.”

Geen blauwdruk, wel een watervlek

Vandaag werpt de pragmatische en participatieve aanpak zijn vruchten af en is het plan springlevend. Welke tip heeft Bruno Vanbeselaere voor andere zorgorganisaties?

“Vertrek vanuit impactdenken en creëer een duidelijke visie. Een klimaatvisieplan is een uitstekend middel om je impact te meten en te argumenteren waarom je bepaalde keuzes maakt. Maar ga vooral niet blind kopiëren. Elke organisatie heeft haar eigen cultuur. Begin klein, denk kritisch na over je dagelijkse praktijk en laat de visie vervolgens als een watervlek door je organisatie verspreiden. Als medewerkers en bewoners zien dat het zinvol is en dat ze zélf het verschil kunnen maken, ontstaat er vanzelf energie.”