Interview: ‘Residentiële zorg is als een boom die vertakkingen mag krijgen’

Printervriendelijke versiePDF version

De sector voor personen met een handicap ligt voormalig politicus Luc Goutry na aan het hart. Zo was hij initiatiefnemer voor de wet op bewindvoering, waardoor mensen die wilsonbekwaam zijn beter worden beschermd. Hij is zelf ook vader van een zoon met een beperking en actief in de gebruikersraad van Tordale, de voorziening waar zijn zoon Yves woont. Luc Goutry: ‘Hét ondersteuningsmodel bestaat niet.’

 

‘Dat er dankzij het beleidsplan Perspectief 2020 een objectivering van de zorgbehoefte van mensen met een beperking komt, vind ik een verdienste van minister Jo Vandeurzen. Want zonder een meetinstrument dat iets zegt over de zelfredzaamheid en ondersteuningsnood van mensen kan je eigenlijk geen beleid voeren. Als we niet weten wat de exacte noden en behoeften zijn van de mensen die op de wachtlijsten staan, zullen we daar nooit een adequate oplossing voor kunnen vinden. Onder de term ‘mensen met een beperking’ vatten we immers zowel personen met een lichte mentale handicap die alleen kunnen wonen als mensen met een diep verstandelijke beperking die niet zelfstandig kunnen eten.’

 

EELTLAAGJE

‘Iedereen heeft recht op goede en voldoende zorg, dus is het goed dat er nu volop wordt ingezet op een eerlijke zorgverdeling. Mensen moeten de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben, niet meer, niet minder. Maar als we deze oefening doen, moeten we wel zien dat er voldoende middelen tegenover staan. Anders blijven we aanmodderen. Stel je eens voor dat er voor het onderwijs een gelijkaardige oefening zou worden gedaan, maar er niet genoeg lessenaars tegenover zouden staan. Jammer, maar voor die 14.000 leerlingen is er geen plaats meer. Dat zouden we als maatschappij nooit aanvaarden. Maar als het over mensen met een handicap gaat, lijkt er een soort eeltlaagje in de samenleving te zijn ontstaan: er worden toch inspanningen geleverd? Beeld je eens in dat het over jouw zoon of dochter zou gaan, dat er voor hem of haar geen hulp zou zijn in deze samenleving met al haar middelen en mogelijkheden?’

 

 TRADITIONELE ZORG ALS BASIS

‘De metingen zijn dus nog maar het begin van de oplossing. We moeten zien dat er een waaier van ondersteuningsvormen, een zo breed mogelijk hulpverleningslandschap tegenover staat. De residentiële zorg vormt daar voor mij de basis van. Voorzieningen beschikken over een knowhow en expertise die meer dan ooit nodig zijn, want de hulpvragen worden steeds diverser. Ik zie door de jaren heen alsmaar nieuwe en moeilijkere doelgroepen ontstaan.’

 

BOOM MET VERTAKKINGEN

‘Waarmee ik ook weer niet wil zeggen dat alleen de hulp in grote voorzieningen goed is, integendeel. Alle initiatieven – op voorwaarde dat we de kwaliteit bewaken – hebben hun waarde. De voorzieningen zijn voor mij als een grote boom die allerlei vertakkingen en scheuten mag krijgen. Van mij mogen er ontelbare kleinschalige en experimentele hulpverleningsvormen ontstaan, opdat iedereen maar de juiste ondersteuning op maat zou vinden. Maar het raakt me wel dat de klassieke instellingen nog te dikwijls worden afgeschilderd als gesloten opvangcentra die niet meer van deze tijd zijn. Dat beeld wordt vooral gevoed door mensen die er nog nooit mee te maken hebben gehad, of die redeneren vanuit hun eigen noden. Ik hoor mensen met een fysieke beperking soms zeggen dat ze voorzieningen te betuttelend vinden, maar mensen zoals mijn zoon hebben juist nood aan rust, orde, vaste structuren. Voorspelbaarheid is voor hen levensnoodzakelijk. Mensen die daar geen baat bij hebben, zullen niet in een voorziening terechtkomen. Ik denk dat we te veel proberen te zoeken naar één goed ondersteuningsmodel. Maar net zoals je eigenlijk niet kan praten over ‘mensen met een beperking’ omdat die term zoveel verschillende handicaps omvat, kan je ook niet uitgaan van één goed model.’

 

HAALBARE VERMAATSCHAPPELIJKING

‘Alles draait tegenwoordig om vermaatschappelijking en an sich ben ik daar een verdediger van. Maar toch vraag ik me steeds vaker af wat we daar dan precies mee bedoelen? Als vermaatschappelijking vooral betekent dat de maatschappij – in casu de ouders – meer zorg op zich neemt, dan moet dat ook haalbaar worden gemaakt. Onze zoon komt bijvoorbeeld elke week van vrijdag tot maandagochtend naar huis. Ook alle vakanties is hij bij ons. We zouden het niet anders willen, maar zullen voortaan wel meer moeten betalen. Want waar vroeger enkel de dagen dat je in de voorziening aanwezig was werden aangerekend, zal je nu een kamer huren per maand, dus ook op de dagen dat je er niet bent.’

 

VINGER AAN DE POLS

‘Het hele systeem is sowieso een pak ingewikkelder geworden. Mochten mijn vrouw en ik niet meer voor Yves kunnen zorgen en hij zeven dagen op zeven in zijn voorziening zou moeten verblijven, dan moeten we bijvoorbeeld een nieuwe ondersteuningsaanvraag indienen bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. Er is weinig flexibiliteit. Ik vind de stappen die al zijn gezet goed, maar ik hoop wel dat er voldoende zal worden geëvalueerd en bijgestuurd. Dat is ook de reden waarom ik lid ben van de gebruikersraad van Tordale. Maar ik merk dat veel ouders er niets meer van begrijpen en afhaken. Ze zijn allang blij dat ze een oplossing hebben gevonden en er voor hun kind wordt gezorgd. We moeten als ouders juist mee de vinger aan de pols houden. Iets waar ik me bijvoorbeeld zorgen over maak, is dat het nieuwe systeem ook voor de hulpverleners veel meer administratie met zich heeft meegebracht. Die bijkomende organisatorische taken mogen niet ten koste van de begeleiding gaan. Ook voor vermarkting houd ik mijn hart vast, het mag geen louter lucratieve sector worden. We moeten erover waken dat er te allen tijde kwalitatieve zorg blijft voor iedereen. Daar blijf ik me alvast voor inzetten.’