‘Dankzij hun hulp kan ik blijven werken’

Printervriendelijke versiePDF version

Werkbaar werk, het is een hot topic binnen het tewerkstellingsbeleid. Bij de Dienst voor Onthaalgezinnen in Leopoldsburg lijkt het een tweede natuur te zijn. De collega’s zorgen er al jaren samen voor dat Marida (57) ondanks haar ziekte MS aan de slag kan blijven.

Marida: ‘In 2001 kreeg ik de diagnose multiple sclerose of MS. De jaren daarvoor had ik wel al eens periodes gehad waarin ik vreemde tintelingen voelde of moeite had om te stappen, maar dankzij behandelingen kwam ik er telkens weer bovenop. Vanaf 2001 veranderde dat: vanaf toen ging ik er stelselmatig fysiek wat op achteruit. Intussen stap ik met een rollator. Toch wilde ik al die tijd mijn job halftijds blijven doen. Gelukkig stonden onze baas en het team daarvoor open, want het heeft natuurlijk ook een invloed op hen. Zo ben ik bijvoorbeeld wat trager geworden dan vroeger.’

Cindy: ‘Wij vonden het maar normaal dat ze zou blijven en dat wij haar waar nodig zouden helpen. En Marida mag het dan fysiek moeilijker krijgen, haar hoofd wil wel nog altijd mee.’

Bernadette: ‘Ze werkt al 35 jaar in de sector, dus haar expertise is voor ons van onschatbare waarde. Ze heeft alle evoluties meegemaakt. Ze weet het antwoord op onze vragen.’

Marida: ‘Ik was toch opgelucht toen ik hoorde dat een werkgever een ondersteuningspremie kan krijgen wanneer je als werknemer een beperking hebt. Daardoor kan er aantal uren per week iemand bijspringen op de dienst. Dat maakt toch dat ik me minder schuldig voel naar mijn collega’s’

Cindy: ‘Wij hebben nochtans niet het gevoel dat we zoveel voor haar moeten doen of zoveel hebben moeten aanpassen. We zorgen er wel voor dat er ’s ochtends en ’s avonds iemand is die haar in en uit de wagen kan helpen, want dat lukt niet meer. Ook huisbezoeken kan ze niet meer afleggen, maar in de plaats neemt ze meer administratieve taken op zich. Ze blijft een meerwaarde voor onze dienst.’

Bernadette: ‘De inspanningen die wij moeten leveren, verdwijnen sowieso in het niets in vergelijking met wat zij moet doorstaan. Zij is net een voorbeeld voor ons: hoe zij in het leven staat, haar doorzettingsvermogen …’

Cindy: ‘Ze is zo optimistisch en positief. Ze kijkt vooral naar wat ze wel nog kan en is daar dankbaar voor.’

Marida: ‘Op zich is het ook een geluk dat ik net deze job had. Was ik leerkracht of verpleegkundige geweest, dan was ik allang moeten stoppen. Hier kan ik veel al zittend doen: computerwerk, selectiegesprekken ... In het begin was het wel raar dat ik collega’s soms hulp moest vragen om bijvoorbeeld een dossier uit de kast te halen. Dat voelde aan als commanderen.’

Cindy: ‘Wij hebben dat nooit zo ervaren. We zijn gewoon mee geëvolueerd met haar ziekte. We werken al zolang samen en weten wat we aan elkaar hebben.’

Bernadette: ‘We zien haar graag en daarom helpen we haar ook graag. En we willen Marida het liefst zolang mogelijk bij ons houden! We zouden haar echt missen mocht ze niet meer kunnen komen.’

Marida: ‘Ik hoop het zelf ook nog wel een paar jaar te kunnen volhouden, want mijn werk helpt me om mijn situatie positief in te zien. Dit is zo’n fijn team.’

 

Heb jij ook een verhaal dat anderen kan inspireren? Laat het weten aan lieve.claeys@vlaamswelzijnsverbond.be.