Kinderopvang

Printervriendelijke versiePDF version

De sector kinderopvang is volop in beweging. Sinds de ingang van het nieuwe decreet houdende de organisatie van kinderopvang van baby’s en peuters op 1 april 2014 onderscheiden we enerzijds de groepsopvang, met name de vroegere kinderdagverblijven en lokale diensten buurtgerichte kinderopvang en anderzijds de gezinsopvang, meer bepaald de onthaalouders, al dan niet aangesloten bij een organisator kinderopvang. De samenwerkende onthaalouders die meer dan acht kinderen gelijktijdig opvangen behoren echter tot de groepsopvang. Momenteel loopt er een proefproject met 120 VTE die werken als werknemer. De overige kindbegeleiders gezinsopvang werken in een sui generisstatuut.
Deze organisaties hebben minstens een vergunning van Kind en Gezin en bevinden zich, wat betreft de kwaliteitseisen en subsidiëring, op één van de vier subsidietrappen.
Op Trap 0 situeren zich de organisaties die op zelfstandige basis kinderopvang organiseren, vergund zijn maar geen subsidies ontvangen.
Op Trap 1 vinden we de organisatoren terug die enkel een basissubsidie ontvangen en daarbij aan enkele bijkomende kwaliteitseisen moeten voldoen.
Op Trap 2 treffen we de kinderopvangvoorzieningen die voorheen erkend en gesubsidieerd werden door Kind en Gezin en vandaag bijkomende subsidies voor inkomensgerelateerde opvang (het inkomenstarief) ontvangen op voorwaarde dat zij zich houden aan specifieke voorrangsregels, werken met werknemers (> 18 plaatsen) en bijkomende kwaliteitseisen. Het merendeel van de verbondsleden situeert zich op deze subsidietrap.
Op Trap 3 moeten organisaties zich specifiek richten op de opvang van kwetsbare gezinnen. Zij kunnen rekenen op een plussubsidie als zij voorrang bieden aan kwetsbare gezinnen en een gericht beleid voeren rond diversiteit en kwetsbare doelgroepen.

Ook voor schoolgaande kinderen staat er een grondige wijziging van het opvanglandschap te wachten. Vandaag onderscheiden we buitenschoolse opvang verbonden aan een kinderdagverblijf (BOKDV), initiatieven voor buitenschoolse kinderopvang (IBO), lokale diensten voor buurtgerichte buitenschoolse opvang en onthaalouders, al dan niet aangesloten bij een organisator kinderopvang. Leden van het Vlaams Welzijnsverbond situeren zich in al deze opvangvormen. Al jaren belooft de Vlaamse overheid om orde de scheppen in de chaos die de buitenschoolse kinderopvang is met zijn diverse organisatievormen en meerdere subsidiekanalen. De Vlaamse regering werkt aan een nieuw decreet waarin de opvang en vrijetijdsbesteding van schoolkinderen in een ruimer perspectief geplaatst zal worden en ook andere sectoren (onderwijs, vrije tijd, sport, cultuur, …) een rol spelen. De regierol, de financiering en de lokale samenwerking zijn cruciale discussiepunten in het lopende debat naar een vernieuwde toekomst.